Ik schrijf kort en bondig, want de tijd van de
lezer
is kostbaar. Ik schrijf doelgericht, want de lezer heeft een doel. Ik
schrijf persoonlijk en aansprekend, omdat de lezer dat gewend is. Ik
gebruik de woorden van de lezer, omdat hij het jargon niet kent. Ik
schrijf correct, omdat fouten de lezer afleiden... en omdat het zo
hoort.
Kort en bondig
Boven alles schrijf ik kort en bondig. Lezen vanaf het beeldscherm is
25 procent langzamer dan vanaf papier. De tijd van de lezer is te
kostbaar om hem te vermoeien met mooi proza. Ook lange woorden
vertragen. Die vermijd ik waar ik kan. Hetzelfde geldt voor metaforen,
uitdrukkingen en stijlfiguren. Die zijn bijna nooit buiten hun context
te begrijpen. Omdat een lezer
bijna altijd scant, zijn die juist verwarrend.
Doelgericht
De lezer komt op een website met een doel. Hij komt niet om vakantie te
vieren, maar om een vlucht of een hotel te boeken. Hij heeft een
concrete vraag en zoekt daarop een antwoord. Hij heeft een specifieke
taak en zoekt informatie om die taak te kunnen vervullen. Met mijn
tekst wil ik het voor de lezer zo gemakkelijk mogelijk maken. Door uit
te weiden over dingen die niet relevant zijn, kan ik de lezer alleen
maar van zijn doel afhouden.
Persoonlijk en aansprekend
Internetters zijn gewend aan persoonlijke taal. Daarom zijn e-mail,
forums en MSN zo populair. Mensen communiceren graag op een persoonlijk
niveau. Ik schrijf op dezelfde manier. Ik schrijf persoonlijk, bijna
als in een gesprek. Daarom schrijf ik ook altijd in actieve vorm. 'Jan
slaat Piet' is veel duidelijker dan 'Piet werd geslagen door Jan'.
Bovendien is het korter. Ik wil de lezer als mens aanspreken en zijn
vertrouwen winnen.
De woorden van de lezer
Hoe vaak wordt u niet overvallen door marketingpraat, door zakelijk
blabla of vakjargon waar u niets van begrijpt? De bezoeker van uw
website ervaart hetzelfde. Ik schrijf in de taal van mijn lezer. Een
aantal voorbeelden uit mijn werk voor woningcorporaties spreekt voor
zich. De meeste jargonwoorden zult u niet herkennen en daarom schrijf
ik het alternatief.
Ik schrijf correct. Ik let bijvoorbeeld op hoofdletters. Daarvoor heeft
de Nederlandse Taalunie regels opgesteld. Het eerste woord van een zin,
persoonsnamen en aardrijkskundige namen krijgen bijvoorbeeld een
hoofdletter. Het lijken misschien open deuren, maar toch vind ik ze
belangrijk. Ook vermijd ik afkortingen in lopende tekst. Een afkorting
valt namelijk op, maar hij trekt de aandacht waar dat niet de bedoeling
is. De kernwoorden die antwoord geven op de vraag van de lezer,
díe moeten de aandacht trekken.